AFSTEMMING VOOR- EN ACHTERBAND
Een goede afstemming van voor- en achterband is essentieel voor optimale prestaties en voertuigbeheersing. Volg de richtlijnen voor het selecteren van de banden en raadpleeg de fabrikant van de motorfiets voordat u andere banden plaatst.
BINNENBANDEN
Binnenbanden vormen een essentieel onderdeel van wielen van het type met binnenband en dienen met respect te worden behandeld. Wanneer u een nieuwe band monteert op een velg waarvoor een binnenband nodig is, dient u ook de binnenband te vervangen. Oude binnenbanden kunnen uitgerekt raken en oude binnenbanden in nieuwe banden kunnen kreuken en defect raken omdat het rubber dunner wordt. Binnenbanden mogen alleen door een expert worden gerepareerd.
VELGEN MET BINNENBAND
Monteer banden alleen zonder binnenband wanneer dat door de fabrikant van het wiel wordt aanbevolen. Voor sommige spaakloze velgen zijn binnenbanden vereist. Wanneer een binnenband in de band wordt geplaatst, kan een band zonder binnenband mogelijk worden gebruikt voor een wiel waarvoor een binnenband vereist is.
BANDENSPANNING
Volg altijd de aanwijzingen over bandenspanning die worden aangegeven in de Dunlop Motorbanden Montagelijst. Neem contact op met Dunlop als het jaar en model niet in de huidige lijst worden weergegeven en de aanbevolen bandenspanning niet in de eigenaarshandleiding staan.
DUNLOP TIRES
Houd er rekening mee dat voor het nemen van scherpe bochten, het vervoeren van passagiers en zware bagage en het langdurig op hoge snelheid rijden een hogere bandenspanning nodig is (tot maximaal de spanning die op de zijwand van de band wordt aangegeven). Het controleren van de bandenspanning is uw belangrijkste taak op het gebied van bandenonderhoud.
Onvoldoende bandenspanning kan leiden tot onnauwkeurig bochtenwerk, warmlopen en oververhitte naden, onregelmatige slijtage aan de randen van het contactvlak, barstjes, overbelasting en uiteindelijk defect raken van het karkas. Een te hoge bandenspanning betekent niet dat u de motor zwaarder kunt belasten, maar enkel dat u minder comfortabel rijdt en dat extra slijtage optreedt in het midden van het contactvlak.
Controleer regelmatig de spanning van de koude band met een spanningsmeter van goede kwaliteit, vooral wanneer u lange afstanden gaat rijden. Drukverlies kan ook optreden door een versleten of loszittend ventiel.
Controleer altijd de ventielen. Draai ze indien nodig vaster aan of verwijder en vervang ze. Gebruik een metalen of hard plastic ventieldop met een binnenhouder en bevestig deze stevig om het ventiel te beschermen tegen stof, vocht en drukverlies.
Wanneer de band herhaaldelijk spanning verliest, is deze mogelijk beschadigd zonder dat u dit hebt gemerkt. Inspecteer de banden visueel op gaatjes, lekken, schaafplekken, barsten, bulten of knopen. De band dient hiervoor volledig te worden verwijderd, zodat ook de binnenzijde kan worden gecontroleerd op schade en eventueel benodigde reparaties. Alleen bepaalde gaten in het
loopvlakprofiel kunnen worden gerepareerd, en alleen wanneer er geen andere schade is. Raadpleeg ook het gedeelte over reparatie van banden.
Banden die onherstelbaar zijn beschadigd, mogen niet opnieuw worden gebruikt. Schade die is ontstaan door botsingen, doorboring of langdurig gebruik met te lage bandenspanning of te hoge belasting is progressief en kan leiden tot plotseling volledig uitvallen van de band en tot ongelukken.
Laat altijd een expert de gedemonteerde band controleren na botsingen met stoepranden, kuilen of andere aanrijdingen, aanwijzingen dat de band onder het oppervlak is doorboord, bulten of te lage spanning. Blijf niet doorrijden op beschadigde banden.
Inspecteer uw banden regelmatig en sla acht op waarschuwingstekens zoals vibratie, instabiele voertuigbeheersing, aanlopen of geluiden van de band tijdens het rijden.
SNELHEIDSINDICATIES
De classificaties S, H, V en Z zijn (indien toegepast) indicatief voor de maximale snelheden gebaseerd op de laboratoriumtests van Dunlop en zijn niet geldig voor beschadigde, aangepaste, gerepareerde, te zachte of overbelaste banden. Dunlop raadt het gebruik van haar producten boven de toegestane snelheidslimiet af. Raadpleeg de eigenaarshandleiding voor de aanbevolen snelheidsclassificatie.
INRIJPERIODE
Vervangingen voor versleten banden of banden met een ander profiel of andere constructie zullen niet op dezelfde manier reageren. Wanneer nieuwe banden zijn gemonteerd, dient u deze de eerste circa 100 km niet maximaal
te belasten, abrupt over te leunen of scherpe bochten te nemen. In deze periode kan de berijder aan de nieuwe banden of bandencombinatie wennen en een optimale grip op de weg verkrijgen bij verschillende snelheden, versnellingen en soorten gebruik.
Controleer de bandenspanning en breng ze op het aanbevolen niveau nadat de band ten minste drie uur is afgekoeld na het inrijden. Nieuwe hebben een ander contactvlak en een verschillende leunhoek. Bij nieuwe
banden, een combinatie van een nieuwe en een gebruikte, oudere band of een combinatie van verschillende profielen moeten de rijomstandigheden zorgvuldig worden geëvalueerd.
AFSTAND BEWAREN
Raadpleeg de fabrikant van de motorfiets wanneer u een maat wilt monteren die niet in de eigenaarshandleiding wordt aangegeven. De fysieke afmetingen van de band zijn belangrijk.
Er moet voldoende afstand tot spatborden en voor- of achtervork worden bewaard. Voor een grotere band moet mogelijk ook een bredere velg worden gebruikt. Wanneer u een grotere band en/of een bredere velg gebruikt, laat u het wiel draaien om te controleren of voldoende ruimte overblijft.
BANDENMODIFICATIES
Dunlop geeft geen aanbevelingen of garanties voor het opnieuw profileren, aanbrengen van nieuwe groeven, sipen, inserts, belettering op de zijwanden, inlays of aanvullingen, of enige andere modificatie of wijziging aan motorbanden van Dunlop, behalve zoals aangegeven in het gedeelte over reparatie van banden.
WIELBALANS
Het is essentieel dat band/wielassemblages voor gebruik worden uitgebalanceerd, en opnieuw worden gebalanceerd telkens wanneer de band wordt verwijderd of vervangen. Niet uitgebalanceerde band/wielassemblages kunnen bij bepaalde snelheden gaan vibreren en er zal meer slijtage optreden.
Alle Dunlop banden voor op de weg moeten worden gemonteerd met de gele balansstip bij het ventiel. Wielen kunnen worden uitgebalanceerd met gewichtjes op de spaakuiteinden, looddraad of zelfklevende gewichtjes op de velgrand. Raadpleeg de fabrikant van de motorfiets voor goedgekeurde wielgewichten.
REPARATIE VAN BANDEN
Sommige lekken in motorbanden kunnen worden gerepareerd. Dunlop raadt alleen permanente reparaties met proppen of plakkers aan voor kleine gaatjes (maximale diameter 6 mm/1/4 inch) van binnenuit op een gedemonteerde band door een erkende bandenreparateur of motorleverancier. Voer nooit reparaties uit van buitenaf en gebruik nooit een binnenband als vervanging voor een correcte reparatie.
De eerste 24 uur na de reparatie dient u niet harder te rijden dan 80 km/u en de gerepareerde band mag nooit worden gebruikt bij snelheden boven 120 km/u. Controleer de bandenspanning nadat
de band ten minste drie uur is afgekoeld na het inrijden, of eerder als u drukverlies vermoedt.
Probeer nooit de band tijdelijk te repareren. Dit kan leiden tot onopgemerkte secundaire schade door een penetrerend object, waardoor de band of binnenband op een later tijdstip kan leeglopen.
Dunlop raadt het gebruik van vloeibare afdichtingsmiddelen af. Dit is een vorm van tijdelijke reparatie en kan het materiaal van de koordlagen nadelig beïnvloeden en secundaire schade maskeren die door een penetrerend object is veroorzaakt.
Met deze afdichtingsmiddelen kan een band plots alsnog uitvallen waardoor ongelukken kunnen ontstaan.
INFORMATIE OVER REPARATIE VAN DUNLOP BANDEN ZONDER BINNENBAND
Dunlop raadt alleen permanente reparaties aan die van binnenuit worden uitgevoerd met een combinatie van plakker/propmethode. Probeer nooit de band van buitenaf te repareren, een afdichtingsmiddel in te spuiten of een binnenband, plakker of prop te gebruiken als vervanging voor een correcte reparatie.
Reparaties mogen alleen worden uitgevoerd door een erkende bandenreparateur of leverancier van motorbanden. Het inspecteren van de band en het op de juiste manier uitvoeren van de reparatie valt onder de verantwoordelijkheid van de persoon die de reparatie daadwerkelijk uitvoert. Dunlop geeft op geen enkele manier garantie betreffende de resultaten van een reparatie.
Voordat een poging tot reparatie wordt gedaan, moet de band worden verwijderd van het wiel en grondig worden geïnspecteerd. Hieronder volgen de minimale richtlijnen voor de reparateur. Banden dienen niet te worden gerepareerd onder een van de volgende omstandigheden:
Opmerking:
Raadpleeg onze brochure Motorcycle Tire Limited Warranty, Care and Maintenance (Beperkte garantie, zorg en onderhoud van motorbanden) voor meer informatie over het gebruik van banden van Dunlop. Ga voor meer informatie naar een reparatiecentrum voor motorbanden. Probeer nooit een beschadigde band te repareren zonder de hulp van een ervaren bandenreparateur.
VELGMAAT
Een juiste velgbreedte is van groot belang voor voertuigbeheersing en stabiliteit. Een band die is gemonteerd op een velg die breder is dan aanbevolen heeft een afgevlakt contour, waardoor de berijder in de bochten snel de rand van het profiel kan bereiken. Met een smallere velg verandert het contour van de band, waardoor in bochten snel ongelijkmatige slijtage optreedt en het contactvlak tijdens het remmen kleiner is. Denk eraan dat de band voldoende afstand bewaart.
DYNAMOMETER TESTEN
Gebruik nooit een band die op de motorfiets zelf met een dynamometer is getest. Hierbij wordt de band zeer zwaar belast, waardoor het loopvlakcompound achteruit kan gaan en vervolgens onbruikbaar kan worden.
ONDERHOUD VAN DE MOTOR
Dunlop raadt sterk aan de gehele motor regelmatig te inspecteren en daarbij extra aandacht te besteden aan de wielen. Bij een slecht onderhouden voertuig gaan de prestaties en levensduur van de banden achteruit.
Breng uw motor regelmatig naar de leverancier voor onderhoudscontroles, inclusief het inspecteren van de banden.
Zorg dat u de instellingen voor wielophanging die in de eigenaarshandleiding worden gegeven exact opvolgt. Slecht onderhouden onderdelen en onjuiste of niet uitgebalanceerde druk op de voorvork kunnen de stabiliteit nadelig beïnvloeden. Een lage druk op de wielophanging leidt tot overmatige spanningen in de band.
MONTAGE VAN BANDEN
Let op: het monteren van banden dient alleen te gebeuren door speciaal daarvoor opgeleide personen. Een onjuiste montage kan leiden tot exploderende banden en ernstig letsel. Neem bij het monteren de volgende voorzorgsmaatregelen in acht:
*Als u de hielen niet kunt plaatsen op 40 psi, laat u deze leeglopen en herhaalt u de bovenstaande procedures. Gebruik nooit vluchtige substanties of rubber 'donuts' om het plaatsen van de hiel te vereenvoudigen. Als de band een binnenband nodig heeft, laat u deze na het plaatsen leeglopen en pompt u deze opnieuw op om kreukels in de binnenband te voorkomen
BELANG VAN ONDERHOUD VAN MOTORBANDENSPANNING
Voor een optimale veiligheid en maximaal plezier van uw banden dient u:
**Opmerking: voor rijden met passagiers of volledige belasting moet 0,3 bar worden toegevoegd in alle achterbanden van Dunlop.
Naast het opvolgen van deze aanbevelingen dient u tijdens het rijden op uw banden te letten. Als de stuurrespons trager of minder wordt of de respons bij bochten nemen of remmen zwaarder is, zijn uw banden mogelijk te zacht. Trillen of instabiliteit kunnen duiden op een beschadiging van de band.
Wanneer u onze aanbevelingen zorgvuldig opvolgt, zullen uw banden beter, langer en veiliger presteren en is uw rijplezier vele kilometers lang gegarandeerd.
ANDERE SITES VAN DUNLOP
Auto's 4x4 & SUV Lichte trucks en bestelwagens Vrachtwagens en bussen IndustrieDIENSTEN
DealersRSS FEED
Join FeedRecommend us
Tell a friend